Volgens onderzoeksjournalist Pieter Stockmans, co-auteur van het boek ‘De Jihadkaravaan’, zullen ‘lone wolves’ of mensen die geïnspireerd zijn door IS blijven opstaan, omdat onze strategie tegen IS faalt. Een interview voor de Nederlandse Radio 1.

Een aanslag in Frankrijk en die komt het over Syrië hebben? Ja, toch wel. De Syrische oorlog bedreigt Europa met een ongekende massale impact. We zien de grootste vluchtelingencrisis sinds WOII. Radicalisering rijt onze samenleving aan stukken doordat jongeren blijven vertrekken. Beide ontwikkelingen voeden islamofobie en vooroordelen tegen moslims. We moeten dus al onze energie investeren in het pacificeren van de bron, en dat is de Syrische oorlog.

Blindstaren op symptomen

Het gerenommeerde International Crisis Group zei in april nog dit: ‘De benadering van terrorismebestrijding focust eenzijdig op radicalisering van soennitische moslims. Soennitische radicalisering lijkt alle andere prioriteiten te overschaduwen en wordt het meest dringende punt op de agenda. Dit is gedoemd te mislukken. Soennitische radicalisering is een product van alles wat in Syrië op zijn beloop is mogen gaan: meedogenloze repressie door het Syrische regime, de versnippering van de Syrische oppositie, de desastreuze humanitaire gevolgen, sektarische gruwel. Het behandelen van de symptomen terwijl de oorzaken worden genegeerd, versterkt alleen maar de onderliggende destructieve dynamiek die extremisten sterker maakt.’

Het is moeilijk om niet te focussen op soennitische extremisten als ze op één dag drie aanslagen plegen: bij een moskee in Koeweit, op een strand in Tunesië en bij een fabriek in Frankrijk. Dit extremisme is het meest zichtbaar en bedreigend. En toch is onze eenzijdige focus hierop een deel van het probleem. Dat sommigen het raar vinden om het over buitenlandse conflicten te hebben als we het over binnenlandse veiligheid hebben, bewijst dit. Tijdens de debatavond over ons boek De Jihadkaravaan vertelde de minister van Veiligheid dat het binnen de regering zelden gaat over wat in Syrië gebeurt als het gaat over extremisering in België. Onze leiders dragen nochtans de verantwoordelijkheid om verbanden te leggen in een wereld waarin steeds meer dingen met elkaar verbonden zijn.

Integrale strategie

We moeten zo snel mogelijk een aanpak van de grondoorzaken van radicalisering integreren in ons binnenlands én buitenlands beleid. Ineffectieve en onvolledige strategieën aanpassen. Afstappen van de “zero-sum game” in het Midden-Oosten. Het conflict in Syrië ontmijnen en pacificeren. De dynamieken die de oorlog doen voortduren, blootleggen en aanpakken.

International Crisis Group sprak van een tweeledige benadering:

  1. Als we ervoor kiezen om de Syriërs te bewapenen en we dus een partij worden in een oorlog bij volmacht (we geven hen een volmacht om voor ons tegen IS te vechten), dan volgt daaruit dat we hen als bondgenoten moeten beschouwen. Daaruit volgt dan weer dat we hen moeten beschermen als zij vanuit de lucht worden aangevallen door hun vijand, Assad. Of tenminste: dat we moeten tentoon spreiden dat we bereid zouden zijn dat te doen. Concreet: we moeten dat in een duidelijke boodschap aan Iran laten weten.
  2. Simultaan (en dat is cruciaal) moeten we aan Iran laten weten dat we hun belangen erkennen en gesprekken aanknopen die deze belangen in Syrië op een andere manier dan via Assad kunnen garanderen. Zo kan Assad weg – een must, want zolang hij blijft zal radicalisering toenemen – én is het belang van Iran gegarandeerd.

Tenminste ermee dreigen dat we onze bondgenoten zullen beschermen tegen de luchtaanvallen van Assad, zou het logische gevolg moeten zijn van onze keuze om militair tussen te komen in Syrië. Maar simultaan moeten we de belangen van Iran erkennen en die op een andere manier organiseren via politieke gesprekken. Dat vraagt moed en politieke creativiteit, veel moeilijker dan militaire operaties.

Als we militair tussenkomen, moeten we all the way gaan: met een integrale militaire strategie, tegelijkertijd de humanitaire gevolgen daarvan opvangen (Unicef kan 3/4 van onderwijsnoden van Syrische kinderen niet invullen) én tegelijkertijd een politieke strategie ontwikkelen om toe te werken naar vrede in plaats van naar de vernietiging van onze vijand.

Het heeft geen enkele zin meer, na honderdduizenden doden, een kapot land en tien miljoen ontheemden, om te blijven streven naar een nederlaag voor onze vijanden. Probleem is dat onze bondgenoten (bijvoorbeeld Saoedi-Arabië) wél in zo’n militaire logica geloven en de vijand een beslissende slag willen toedienen.

Een louter militaire aanpak staat gelijk aan eeuwige oorlog: oorlog is de positie waarin de jihadkaravaan ons net wil hebben. Zelfs als de territoriale greep van IS zou verzwakken, dan nog is er al-Qaeda en zij zijn onuitroeibaar zolang het onrecht blijft bestaan. Al-Qaeda is immers geen staat, maar een verzetsidee.

Luister naar bondgenoten én vijanden

Het Westen controleert Saoedi-Arabië niet, maar is afhankelijk van het bondgenootschap met dat land. Daarom zijn we gevangen in een geopolitiek model dat onze nationale veiligheid bedreigt. Dan moeten we op zijn minst erkennen dat onze eenzijdige focus op IS als symptoom van deze rampzalige geopolitieke orde ook problematisch is.

Saoedi-Arabië vormt elke dag onverdraagzame extremisten, en biedt steun aan extremistische religieuze scholen in Syrië. Belgische wapens komen via Saoedi-Arabië bij jihadisten terecht die vervolgens door Belgische F16’s worden gebombardeerd. Ons bondgenootschap met grootste antidemocratische kracht in de regio voedt extremisering en bedreigt onze nationale veiligheid. Onze Turkse bondgenoten lieten onze eigen burgers naar Syrië gaan. De Golfstaten – ook onze bondgenoten – steunden honderden jihadistische groepen. Onze bondgenoten maakten een monster groot, en dan moet het Westen helpen, ook al was IS op dat moment geen bedreiging voor onze nationale veiligheid. Meer: de interventie creëerde de bedreiging.

En toch kan ook het belang van Saoedi-Arabië behouden blijven in Syrië. Wat niet kan, is dat Saoedi-Arabië en ook Turkije en Qatar ernaar streven om Syrië totaal los te rukken uit de invloedssfeer van Iran en het land definitief binnen te halen in een soort van “soennitische as”. Het nastreven van een nieuwe geopolitieke orde via de Syrische oorlog, moet stoppen. Het moet ondertussen duidelijk zijn dat Syrië een land wordt waarin de grootmachten allemaal hun belangen zullen blijven uitoefenen. Een beetje zoals na de Libanese burgeroorlog. Het is dat, of een jarenlange oorlog waarin Syrië als land definitief fysiek opgedeeld wordt en ondertussen de radicalisering in het Midden-Oosten én Europa zwaar toeneemt, met alle gevolgen van dien. Dan hebben we het ergste nog niet gezien.

De barbaren komen

In reactie op de aanslagen in Frankrijk en Tunesië spraken onze leiders het soort taal dat IS wil dat we spreken. IS gelooft in het einde der tijden, in de komst van een apocalyptische eindstrijd tussen de gelovigen en de ongelovigen. Ze verwijzen naar heldhaftige veldslagen uit het verleden en uit voorspellingen, en willen het Westen lokken naar die eindstrijd in Syrië. Wij geloven blijkbaar ook in een historische eindstrijd van de beschaafden tegen de barbaren. Bart De Wever verwijst naar de historische strijd tussen het ‘beschaafde’ Rome en de ‘barbaren’ van Carthago. In Tunesië leren ze over Hannibal als een held. Dat zegt ook weer iets over hoe onze leiders de geschiedenis vanuit hun eigen enge perspectief.

‘Interessante reactie van De Wever. De strijd tussen Rome en Carthago was een strijd om de handelsdominantie in de Middellandse Zee, een strijd die tot mythe werd verheven. Zo liep het volk makkelijk mee in de strijd tegen eeuwenoude barbaarse rivalen, wiens centrum vernietigd moest worden’, stuurde een lezer. IS is zeer succesvol. Ze hebben ervoor gezorgd dat wij hun apocalyptische taal over historische veldslagen meespreken.

De bedreigingen die wereldrijken hebben neergehaald komen meestal niet van buiten, maar van binnen. De aanslag in Frankrijk was uitgevoerd, niet door buitenlandse krachten, maar door onze eigen jongeren. Door het voor te stellen als iets dan van buiten ons komt, lopen we blind in de val en worden we zwak. Want als we weigeren te erkennen dat deze bedreigingen een product zijn van onze eigen samenleving, als we verblind worden door vooroordeel en haat, dan zullen we nooit de gepaste oplossingen uitwerken en de zaken alleen maar erger maken. De Amerikaanse komiek en presentator Jon Stewart zei het treffend: ‘We investeren miljarden om ons te beschermen tegen de externe bedreiging van jihadisten, en dan worden we genadeloos afgeknald in een terroristische aanval door een blanke racist.’

Een echt, integraal veiligheidsbeleid kijkt naar grondoorzaken. En die liggen ook in de impact van buitenlandse conflicten op onze binnenlandse veiligheid. Tijdens de debatavond over ons boek De Jihadkaravaan vertelde de minister van Veiligheid Jan Jambon dat het binnen de regering zelden gaat over wat in Syrië gebeurt als het gaat over extremisering in België. Onze leiders dragen nochtans de verantwoordelijkheid om verbanden te leggen in een wereld waarin steeds meer dingen met elkaar verbonden zijn. Grenzen sluiten voor het grote gevaar, het gevaar achter die grenzen laten etteren en toenemen, en het binnen die grenzen niet eens meer hebben over wat er achter die grenzen gebeurt? Is dit dan een streng veiligheidsbeleid? Beschermt de regering dan onze veiligheid zoals het hoort? Neen.

Als we dan toch het woorden ‘barbaren’ in de mond nemen, is het blijkbaar niet barbaars genoeg om de eigen bevolking met chemische wapens te bestoken. Niet barbaars genoeg, omdat onze leiders zelden zo gedreven zijn om de gruwel van Assad te veroordelen als ze dat zijn bij de gruwel van IS. Of is een daad enkel barbaars als ze tegen ons gericht is? Of als ze begaan wordt door wie vandaag volgens geopolitieke belangen onze vijand is, of door mensen die ons rechtstreeks bedreigen?

Assad bedreigt ons niet rechtstreeks, dus is het voor onze leiders electoraal minder dwingend om die gruwel te veroordelen. En toch bedreigt Assad onze veiligheid veel fundamenteler dan IS, omdat Assad met zijn gruwelen het soennitische extremisme van IS aanwakkert. De reactie van onze leiders zou eigenlijk moeten zijn: “Het is genoeg geweest. De Syrische burgeroorlog en de gruwelen van Assad bedreigen onze veiligheid tot in Europa. Bewijst de nood aan een integraal veiligheidsbeleid, en een bewustwording van de verbanden tussen onze binnenlandse veiligheid en buitenlandse conflicten.” Te ingewikkeld?

We leggen de verantwoordelijkheid voor wereldproblemen waarin ook wij een belangrijke rol spelen, bij een religie. We vergeten dat onze onwetendheid elke dag in de weg staat van gesprek en begrip en ons geleid heeft tot waar we vandaag staan. Walging, afkeer. Het zijn de meest normale, menselijke reacties na een vrijdag vol extremisme en terrorisme in naam van de islam. Maar als we daar blijven steken, komen we in een spiraal van haat, vooroordeel en geweld terecht. Dat verklaart deels de eenzijdige focus op symptomen die ons bang maken. Meer nog, dat is exact wat de extremisten en terroristen willen bekomen. Dat we enkel op hen focussen. Maar dan moeten we de rede laten spreken en ons steentje bijdragen aan een analyse van de grondoorzaken. In het belang van de veiligheid van iedereen. Dat is het grootste opzet van het boek De Jihadkaravaan.