De Belgische ministers voor Defensie en Binnenlandse Zaken, en de staatssecretaris voor migratie en asiel waren een paar dagen geleden in Tunesië. Ze legden een bloemenkrans neer bij de gedenkplaat in het Bardomuseum in Tunis, op de plek waar terroristen een half jaar geleden 23 toeristen neerschoten, onder wie een Belgische vrouw. Ze willen dat België beter gaat samenwerken met de Tunesische inlichtingendienst. Een aantal bedenkingen.

Deze zomer hebben Montasser AlDe’emeh en ik voor Knack het kluwen achter de aanslagen in Tunis en Sousse proberen ontrafelden. We spraken onder andere met de familie van de leider van de lokale al-Qaeda-groep die volgens de regering verantwoordelijk zou zijn voor de aanslagen. Tijdens de noodtoestand en de nationale klopjacht op jihadi-salafisten kregen we mensen aan de praat in een land van stilte en angst. Waarom is Tunesië het land van de Arabische lente en kiezen toch meer jongeren dan waar ook ter wereld voor het pad van de gewapende jihad? Waarom vonden hier sinds de revolutie zoveel aanslagen op politici, soldaten en toeristen plaats?

Deze vraag stelt ook minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon zich en voor antwoorden gaat hij te rade bij de Tunesische inlichtingendiensten. Vanuit zijn functie is dat logisch. De Belgische politie zal permanent iemand in Tunis stationeren die zich zal bezighouden met de doorstroming van informatie rond veiligheid. Minister Jambon verwijst naar de 5.500 Tunesische Syriëstrijders. De inlichtingendiensten in Tunesië beschikken dus over heel wat informatie. Toch is voorzichtigheid geboden.

Een nauwe samenwerking met de veiligheidsdiensten in Noord-Afrika kan riskant zijn, omdat deze veiligheidsdiensten op grote schaal de mensenrechten schenden. Zelfs in Tunesië, het enige land waar de Arabische lente het begin van een pluralistische democratie voortbracht. Dat deze landen “op weg zijn naar democratie” en dus stabiel zijn, klopt niet volledig. Algerije kent een autoritair regime, Marokko is geen democratie, en in Tunesië is na de aanslagen een nieuwe antiterreurwet gestemd die buitensporige bevoegdheden geeft aan de politie en inlichtingendiensten. Velen vrezen een terugkeer van de politiestaat.

In de eerste helft van dit jaar werden 100.000 Tunesiërs gearresteerd en foltering in de gevangenis is terug van nooit weg geweest, zoals ook Human Rights Watch aangaf. Ook wij spraken met slachtoffers van foltering. Overal in de verwaarloosde, achtergestelde regio’s van Tunesië voelden we daardoor de frustratie opnieuw broeden. Als aan onze samenwerking geen voorwaarden en geen economische ontwikkeling worden gekoppeld, dan zouden wij opnieuw autoritaire regimes in het zadel helpen of houden. Dankzij het bestaan van dit soort regimes kunnen gewapende groepen elke dag rekruteren in economisch achtergestelde regio’s van Tunesië en daar droegen wij in 2015 de gevolgen van.

Ook nu gaan enkel Defensie, Binnenlandse Zaken en Migratie naar Noord-Afrika. Zo lijkt het dat we vooral onszelf willen beschermen tegen terrorisme en migratiestromen. En dat we bereid zijn om samen met werken met regimes die de mensenrechten schenden. De ministers beschrijven zelf de risico’s voor de toekomst: ten zuiden van Noord-Afrika zijn terroristische groepen actief en het noorden van Afrika kan als buffer fungeren. Door klimaatopwarming zullen volksverhuizingen uit de dorpen naar de steden op gang komen en dat zal de instabiliteit nog vergroten. De enige weg vooruit die ons duurzaam beschermt tegen die risico’s, zonder tegelijk autoritaire regimes te legitimeren en op die manier terrorisme net te voeden, is economische ontwikkeling. Dé vraag die zich dan opdringt, is waarom de minister van ontwikkelingssamenwerking niet mee ging.

Meer kritische achtergrondinformatie in beide stukken die we in Knack magazine publiceerden.

DEEL 1: DE STRIJD OM DE MOSKEE
De toestand is broeierig in Tunesië. Toen in 2011 het regime van dictator Ben Ali werd omvergeworpen, won de extremistische islam terrein. Een cruciale plek daarbij is Kairouan, dat door jihadi-salafisten werd uitgeroepen tot hoofdstad van een islamitische staat. In deze stad staat de oudste moskee van Afrika. Bevrijd uit de handen van het seculiere Ben Ali-regime, kortstondig bezet door jihadi-salafisten, en sinds de terreuraanslagen weer stevig in handen van een terugkerende politiestaat. Hier radicaliseerde de schutter die op het strand van Sousse 38 hotelgasten vermoordde. Montasser AlDe’emeh en Pieter Stockmans trokken ernaartoe, op zoek naar de aanstokers en hun motieven.
• LEES “De Strijd om de Moskee”, Knack 9/9/2015
• FOTOREPORTAGE: http://on.fb.me/1G0rTuK

DEEL 2: DE STRIJD OM DE BERG
In de bergen aan de Algerijnse grens voert een lokale al-Qaeda-groep een gewapende strijd tegen het Tunesische leger. Volgens de regering is deze groep verantwoordelijk voor de aanslag in Sousse en de aanval in het Bardomuseum. De Okba Ibn Nafa brigade werd geleid door “Tunesië’s meest gezochte terrorist” Murad Gharsalli. Ze bouwen trainingskampen in de bergen en werven voetsoldaten in de sombere sloppenwijken van Kasserine. Montasser AlDe’emeh en Pieter Stockmans gingen ingebed met de politie, waren getuige van de luchtaanvallen van het Tunesische leger, en spraken met de familie van Murad Gharsalli.
• LEES “De Strijd om de Berg”, Knack 16/9/2015
• FOTOREPORTAGE: http://on.fb.me/1KT9u8y

Beluister hier het interview over ons onderzoek op Radio 1.