De Nobelprijs voor de Vrede beloont de vier organisaties die Tunesië behoed hebben voor de terugkeer van de dictatuur. Zonder het Kwartet was Tunesië Egypte achterna gegaan, waar protesten tegen islamisten het pad effenden voor een staatsgreep. Maar de golf van blijheid die door Tunesië trekt, mag niet verblinden. Meer dan ooit is het nodig om waakzaam te blijven. De Nobelprijs voor het Tunesische middenveld is een beloning én een waarschuwing.

Lees hier een korte versie van onderstaande analyse in De Standaard:

Vandaag in De Standaard. Het Nobelcomité bekroonde de monumentale overwinning voor de democratie in de belangrijkste…

Posted by Tussen Vrijheid en Geluk on maandag 12 oktober 2015

 

Vier Tunesische organisaties – een vakbond, een werkgeversorganisatie, een mensenrechtenorganisatie en de orde van advocaten – hebben de Nobelprijs voor de Vrede gekregen. Eigenhandig redden ze in de hete zomer van 2013 de enige concrete verwezenlijking van de Arabische Lente: een democratisch Tunesië. Maar waarom was dit illustere Kwartet belangrijk voor de wereldvrede?

Wanhoop

Na de moordaanslag op de linkse politicus Mohamed Brahmi op 25 juli 2013, vermoedelijk door jihadisten, werd niemand ter verantwoording geroepen. Het vertrouwen in de islamistische regeringspartij Ennahda raakte zoek en een golf van protest trok over het land (foto).

De werknemersvakbond, één van de leden van het latere Kwartet, riep op tot een nationale staking. Rellen tussen voor- en tegenstanders van de regering werden met harde hand neergeslagen door de ordediensten.

De linkse en liberale oppositiepartijen moedigden de protesten aan en eisten het aftreden van de regering. Naar Egyptisch voorbeeld trokken ze zich terug uit de Grondwetgevende Vergadering en richtten ze het Nationale Reddingsfront op. Waar dat front in Egypte een alibi werd voor wraak op islamisten, zou het in Tunesië uitgroeien tot een echt reddingsfront. Maar niet zonder slag of stoot.

De islamistische premier Ali Larayedh weigerde het ontslag van zijn regering in te dienen, en benadrukte dat ze democratisch verkozen was. Voorlopig hetzelfde scenario als in Egypte. Ook de Egyptische president Mohamed Morsi, behorend tot de Moslimbroeders, benadrukte voortdurend zijn democratische legitimiteit als reactie op de betogingen tegen hem.

Om haar geloofwaardigheid op te krikken, begon de Tunesische regering een campagne om jihadisten te bannen uit de moskeeën die zij na de revolutie konden innemen.

Ansar Sharia, een jihadistische beweging die kort na de revolutie werd opgericht, had publieke conferenties georganiseerd, steun uitgebouwd via liefdadigheid in verwaarloosde wijken, en gepreekt over de invoering van de islamitische wetgeving.

Hun sympathisanten hadden vakbondsleden, de Amerikaanse ambassade, een muziekfestival, alcoholverkopers, soefiheiligdommen en de politie aangevallen. Door hun lakse houding tegenover dit geweld werd Ennhada steeds verdachter bij seculieren.

Het was een islamistische minister van Binnenlandse Zaken die het jihadistische Ansar Sharia buiten wet stelde.

Toch was Ennahda ingegaan tegen de eigen achterban door de islamitische wetgeving niet in te voeren. En het was een islamistische minister van Binnenlandse Zaken die Ansar Sharia buiten wet stelde en hun sympathisanten liet arresteren.

Daardoor werden ze geëxcommuniceerd door jihadisten, een reden tot nieuw geweld. Jihadisten vluchtten naar Libië, waar ze militaire trainingen volgden en later terugkeerden om aanslagen te plegen.

De haat tussen seculieren en islamisten nam toe. Rond één tafel zitten, was niet evident. Iedereen vreesde het ergste. De betogende Tunesiërs zagen de massale protesten tegen de islamistische Egyptische president Morsi in Caïro. Ze zagen hoe de dictatuur in Egypte terugkeerde na een staatsgreep. Dat maakte hen bang.

Dat deed ook Ennahda vrezen dat hen hetzelfde lot beschoren zou zijn als hun Egyptische Moslimbroeders: van de macht verdreven met geweld, leiders massaal in de gevangenis gestopt, en leden en sympathisanten massaal vermoord op straat.

Net toen Tunesië op hetzelfde lot dreigde af te stevenen, slaagde het Kwartet erin om een dialoog tussen regeringspartijen, oppositie en het maatschappelijke middenveld te organiseren. De dag waarop het Egyptische leger mét de steun van seculiere partijen een massamoord tegen islamisten pleegde, schudden Tunesische seculiere en islamistische leiders elkaar de hand.

Ennahda had begrepen dat ze enkel met dialoog macht konden overhouden, anders zouden ze met helemaal niks achterblijven. Door akkoord te gaan met de nationale dialoog, waren zij de krachten te slim af die hen graag helemaal van de macht hadden verdreven, zoals in Egypte. Dialoog was toen een wapen om te overleven.

Dialoog was een wapen om te overleven.

Een maand later kwam het Kwartet met een road map voor de nationale dialoog: de regering moest haar ontslag indienen en aankondigen dat ze een regering van technocraten zou aanstellen, de nieuwe Grondwet moest gestemd worden en alles moest in gereedheid worden gebracht om nieuwe verkiezingen uit te schrijven. Dat alles binnen een krap tijdskader.

Ennahda aanvaardde de nationale dialoog, maar de aftrap werd meermaals uitgesteld omdat premier Larayedh (foto boven) toch bleef weigeren afstand te doen van de macht. De volgende maanden kwamen woordvoerders naar buiten met telkens dezelfde verklaringen, dat er geen akkoord was bereikt. De gemoederen liepen hoog op. Het hele land hield de adem in, terwijl de instabiliteit in de buurlanden zo makkelijk naar Tunesië had kunnen overwaaien.

Het Kwartet kreeg kritiek te verduren, omdat de vier organisaties zich het recht toe-eigenden om in naam van iedereen cruciale beslissingen te nemen. Ook al hadden ze volgens het Nobelcomité een grote morele autoriteit, hun relatie tot de verschillende politieke partijen waren verre van transparant. Misschien vreesde Ennahda dat het oude regime via de nationale dialoog toch een soort staatsgreep plande?

Chokri Belaid en Mohamed Brahmi, twee linkse politici vermoord in 2013

Euforie

Uiteindelijk beloofde de eerste minister op 25 oktober 2013 zijn ontslag in te dienen volgens de road map van het Kwartet. De nationale dialoog kon beginnen. Pas in december kozen alle partners een interim-regering van technocraten, om het land bijeen te houden tot aan de parlements- en presidentsverkiezingen van 2014.

In januari 2014 werd de Grondwet gestemd en trad de regering van technocraten aan. En in oktober van dat jaar konden verkiezingen democratisch en eerlijk verlopen. Nationale dialoog geslaagd.

Dit was het bewijs: landen die net het juk van een decennialange autocratie van zich afwerpen, kunnen toch waakzaam blijven te midden van duistere, antidemocratische krachten die met aanslagen de tweedeling tussen dictatuur en jihadisten willen terugbrengen en de democratische krachten en het maatschappelijk middenveld naar de achtergrond willen duwen.

In Tunesië was het net het maatschappelijk middenveld dat de hoofdrol opeiste, om vertrouwen te wekken tussen politieke partijen die elkaar voor geen haar vertrouwden.

De liberale en linkse partijen in Egypte betalen vandaag de prijs voor hun monsterverbond met de dictatuur. Met de Nobelprijs voor Tunesië moeten zij nu van schaamte ineen duiken. In de plaats daarvan proberen ze het Tunesische voorbeeld politiek te recupereren, bijvoorbeeld onderstaande reactie van de Egyptische seculiere oppositieleider Mohamed el-Baradei (lees ook de reacties onder de tweet):

 

El-Baradei sprak zich niet uit tegen de staatsgreep van generaal al-Sisi tegen president Morsi, meer nog: hij steunde die staatsgreep. Nochtans had het Egyptische leger, in de periode toen het de macht had net na de revolutie volksprotesten hardhandig onderdrukt, duizenden burgers voor militaire rechtbanken berecht, en foltering gebruikt.

Het getuigde van een onvoorstelbare naïviteit van oppositieleiders als el-Baradei om steun uit te spreken voor het leger, hoe hard zij de islamisten ook haatten. Het is onbegrijpelijk dat er voor seculiere oppositieleiders geen vuiltje aan de lucht was terwijl de haat tegen miljoenen voorstanders van de Moslimbroeders aangewakkerd werd tot een agressie die dierlijke vormen begon aan te nemen. Elke neutrale observator had in het snuitje dat er een staatsgreep voorbereid werd.

Deze seculiere oppositieleiders die de haat van hun achterban mee aanwakkerden tegen de Moslimbroeders, zorgden ervoor dat de Moslimbroeders nog meer in hun loopgraven kropen in plaats te openen voor gesprek. Of hoe iedereen in Egypte blindelings op ramkoers was, terwijl het middenveld in Tunesië iedereen van die ramkoers afhielp door een klimaat van de-escalatie en vertrouwen te scheppen.

Het Nobelcomité heeft perfect ingeschat wat de meest fundamentele strijd is in het nieuwe tijdperk in de Arabische wereld.

Een klimaat waarin de partijen aan elkaar een signaal gaven dat ze niet uit waren op de totale nederlaag van de andere, op oorlog. Dat er ruimte was voor dialoog en compromis, vrede. Die dialoog was een kogel van verzoening tegen de polariserende krachten van de oude dictatuur en extremistische islamisten, die allebei in Tunesië aanwezig waren.

De seculiere en islamistische partijen die deelnamen aan de dialoog, allebei revolutionaire krachten die tegen ex-president Ben Ali in opstand waren gekomen, begrepen dat ze er allebei belang bij hadden om een beetje macht af te geven om het alternatief af te wenden dat van hen allebei alle macht had afgenomen. Macht afstaan is niet verliezen, maar het nationale belang versterken.

Uiteraard is dit enkel mogelijk omdat Tunesië meer soeverein is dan Egypte, waar niet enkel het nationale belang kan gelden, maar waar de partijen afhankelijk zijn van vele andere buitenlandse, geopolitieke belangen. In Egypte kan je simpelweg niet altijd soeverein je strategie uitwerken.

Toch was de nationale dialoog in Tunesië een monumentale overwinning van de democratie op de dictatuur en het gewapend jihadisme. Het Nobelcomité heeft perfect ingeschat dat dit de meest fundamentele strijd is in het nieuwe tijdperk in de Arabische wereld. Maar het Nobelcomité weet ook dat deze strijd niet gewonnen is.

Waakzaamheid

Geweld is Tunesië in 2014 en 2015 blijven polariseren: jihadisten vielen het huis van de minister van Binnenlandse Zaken aan in Kasserine, doodden etende soldaten met raketwerpers, en schoten 22 toeristen in het Bardomuseum in Tunis en op 38 toeristen op het strand in Sousse dood. De Nobelprijs is een waarschuwing, dat de wereld toekijkt terwijl de Tunesische regering en het parlement in reactie op dat geweld toch weer de autoritaire politiestaat laten terugkeren. 

Een draconische antiterrorismewet gaf de veiligheidsdiensten verregaande bevoegdheden. Ze arresteerden op zes maanden tijd 100.000 mensen, foltering wordt goedgepraat in naam van het hogere belang, straffeloosheid duurt voort. De regering sloot honderden islamitische verenigingen zonder bevel van een rechter. Human Rights Watch noemde dit beleid illegaal en “een terugkeer naar de autoritaire praktijken van het Ben Ali regime”.

Seculiere leider Essebsi (Nidaa Tounes) en islamistische leider Ghannouchi (Ennahda)

De islamisten vrezen dat de seculiere elite toch, onder het mom van de strijd tegen terrorisme, werkt aan een verdoken aanval op islamisten om het oude regime terug te brengen. Ze hebben reden tot bezorgdheid.

De politieke krachten die de leden van het Kwartet vertegenwoordigen – seculier links en liberaal – hebben zich verenigd in de nieuwe partij Nidaa Tounes, toen in de oppositie, nu in de regering. Ook elementen van het oude regime konden via Nidaa Tounes een politieke terugkeer maken.

Vele leden van de werkgeversvakbond, lid van het Kwartet, staan zelf bekend om hun banden met de corrupte ex-president Ben Ali en zijn entourage.  De islamisten van Ennahda voelen de slappe koord waarop ze balanceren.

De partij benadrukt daarom consequent het nationale belang boven hun doel van islamisering. Ze weten dat, als het Tunesische project van de integratie van de politieke islam in een pluralistische democratie faalt, de dictatuur en IS zich als alternatieven zullen opwerpen. 

Dat de Belgische minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon een samenwerking met de Tunesische inlichtingendiensten aankondigde, is riskant.

Deze Nobelprijs is een inspiratie voor iedereen die werkt voor vrede en democratie in het Midden-Oosten, tegen autoritaire leiders die zich aan de macht vastklampen, maar ook een waarschuwing om waakzaam te blijven. De terugkeer van de tweedeling dictatuur/jihadisten ligt voortdurend op de loer, met steun van grote delen van de bevolking. Angst is een krachtig wapen.

Ook wij moeten dezelfde waakzaamheid aan de dag leggen die de Nobelprijs verdiende. Dat de Belgische minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon onlangs in Tunesië was om een samenwerking met de Tunesische inlichtingendiensten aan te kondigen, is riskant. Dat we in Egypte zeer snel de kant kozen van de dictatuur uit angst voor de jihadisten, schendt de geest van deze Nobelprijs.

Het Nobelcomité schijnt met deze prijs een licht op het vergeten maatschappelijk middenveld dat overal in de Arabische wereld stikt onder Westerse allianties met dictaturen of oorlogskrachten. Tunesië is een alternatief model dat wij – Tunesiërs en de internationale gemeenschap – grondig moeten bestuderen. Tunesië blijft ons de weg wijzen, vijf jaar na de wanhoopskreet van een fruitverkoper, kermend van onder de laars van die alliantie.

Lees ook:

Heb je onze reeks “Het echte verhaal achter de Tunesische aanslagen” gemist? Geen nood. Lees hier deel 1 “De Strijd om…

Posted by Tussen Vrijheid en Geluk on zondag 20 september 2015

Even een vraagje: stel dat we deze reportage onmiddellijk na de aanslag in Tunesië zouden publiceren, zouden duizenden…

Posted by Tussen Vrijheid en Geluk on woensdag 23 september 2015

Een aantal bedenkingen bij het bezoek van de Belgische ministers voor Defensie en Binnenlandse Zaken, en de staatssecretaris voor Migratie en Asiel aan Tunesië.

Posted by Tussen Vrijheid en Geluk on dinsdag 6 oktober 2015