Europese leiders spraken hun intentie uit om het recht van vluchtelingen om Turkije te verlaten, af te schaffen. Dat deden ze uitgerekend vorige vrijdag, de Internationale dag van de Migrant. Het voorlopige dieptepunt van een politieke crisis. “Wir schaffen das” moet niet weg, maar anders.

De Belgische premier Charles Michel wil dat Turkije ‘zo goed als geen vluchtelingen richting Griekenland meer doorlaat’. Pas dan zou Turkije erop kunnen rekenen dat EU-lidstaten 80.000 vluchtelingen uit Turkije laten overvliegen naar Europa. Die uitspraak is niet alleen in tegenspraak met artikel 13(2) van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens: “Een ieder heeft het recht welk land ook te verlaten.” Het aantal van 80.000 is ook lachwekkend.

Turkije is één land met 80 miljoen inwoners en ontvangt vandaag 2,2 miljoen Syrische vluchtelingen. De Europese Unie, dat zijn 28 landen met 500 miljoen inwoners en die ontvangen vandaag slechts 407.770 Syriërs. En die 28 landen kunnen niet eens overeenstemming bereiken over de verdeling van 80.000 vluchtelingen. Turkije heeft dus meer reden om niet onder de indruk te zijn van de Europese inspanningen dan omgekeerd.

Collaterale schade

Turkije gebruikt de vluchtelingen natuurlijk als pasmunt in onderhandelingen die niets met de vluchtelingen te maken hebben. Europa was plots wel heel erg bereid om de jarenlang bevroren gesprekken over het Turkse toetredingsproces opnieuw te openen. En Turkije krijgt uitzicht op visumliberalisering voor Turkse onderdanen tegen oktober 2016. En dat allemaal dankzij de vluchtelingen. Zo werden vluchtelingen opnieuw uitgebuit, door Europese en Turkse regeringen deze keer. Eerder waren ze al collaterale schade in Syrische bombardementen, en slaven voor Turkse werkgevers en smokkelaars.

Welke wortel Turkije ook krijgt om vluchtelingen tegen te houden: geen enkel land kan op korte tijd zoveel mensen integreren. Het Europese geld voor Turkije is niet eens bedoeld om de Syriërs in Turkije te integreren: het is bedoeld voor grensbewaking en humanitaire hulp aan 200.000 Syriërs in vluchtelingenkampen. Maar twee miljoen Syriërs wonen niet in kampen, wel onzichtbaar en anoniem in de grootsteden. De humanitaire hulp zal hen amper bereiken en dus weinig impact hebben op de vluchtelingenstroom.

Wie durft de strijd met de Turkse maffia aan te gaan?

Op elke top is ook te horen dat Europa de strijd tegen smokkelnetwerken zal opdrijven. In oktober kon ik zelf zien hoe smokkelaars openlijk opereren in de straten van het Turkse Izmir. Een “strijd” tegen mensensmokkelaars zou hier makkelijk te organiseren zijn: gewoon een razzia uitvoeren in de cafés. Maar ik vermoed dat dit niet zal gebeuren, zelfs niet met de Europese miljarden.

Met dat geld zou Turkije desnoods een muur van kustwachtboten in de zee-engte tussen Turkije en Lesbos kunnen plaatsen om, zoals premier Michel wil, alle vluchtelingen tegen te houden. Maar dat gebeurt niet. De Turkse kustwacht krijgt immers naast Europees geld om vluchtelingen tegen te houden, ook smeergeld van de maffia om vluchtelingen door te laten. Misschien daarom dat premier Michel nog maar weinig resultaten zag van zijn Turkse collega’s.

Wel zullen we nu en dan geïsoleerde raids zien. Tegen de zwakke vluchtelingen, niet tegen de smokkelaars omdat die banden hebben met de onaantastbare maffia. Een paar uur na de EU-Turkije deal van 30 november arresteerde de Turkse politie meer dan 1000 vluchtelingen en migranten. Ze werden opgesloten in detentiecentra die volgens Amnesty International gefinancierd worden met het Europese geld.

De vluchtelingen werden opnieuw collaterale schade, van een land dat meteen na de deal met Europa wilde tonen dat het de Europese miljarden verdient. Turkije dreigde er zelfs mee om Syriërs terug naar Syrië te sturen. Een schending van het Vluchtelingenverdrag van Verenigde Naties, in opdracht van Europa.

Onze waarden afschaffen om ze te redden

Turkije past het Vluchtelingenverdrag, dat vluchtelingen toelaat zich te integreren in het gastland, niet toe op Syriërs. Dat is het grootste probleem, en niemand spreekt erover. Het is onwettig om vluchtelingen in Turkije te houden zonder tegelijkertijd in Turkije een vluchtelingenstatuut te voorzien. Meer nog: vluchtelingen het recht ontzeggen om asiel in Europa aan te vragen zonder dit recht toegankelijk te maken in Turkije, is de laatste doodsteek voor één van de belangrijkste hoekstenen van het naoorlogse Europa: het Vluchtelingenverdrag.

We kunnen niet een deel van onze identiteit en waarden (het Vluchtelingenverdrag: vluchtelingen beschermen) afschaffen om het andere deel te redden (het Schengenverdrag: buitengrenzen beschermen om binnengrenzen open te kunnen houden). Als ze op het eerste zicht met elkaar in tegenspraak lijken, zijn we het aan onze fundamentele waarden verplicht om een manier te zoeken om ze met elkaar te verzoenen.

‘Wir schaffen das wirklich’

Deze week raakte bekend dat in 2015 al 1 miljoen vluchtelingen illegaal naar Europa kwamen, waarvan 211.000 Syriërs. Wat we vandaag doen, is vele vluchtelingen illegaal laten komen en geen vluchtelingen helpen om in Turkije te blijven. Dat was Angela Merkel’s “wir schaffen das”. Het leidde tot de roep om geen vluchtelingen meer te laten komen. Maar zie hier de échte “wir schaffen das”: méér vluchtelingen legaal laten komen én simultaan méér vluchtelingen helpen om in Turkije te blijven.

Eén: meer vluchtelingen op legale manier naar Europa laten komen

Dat is nodig om de lasten tussen Turkije en de EU écht eerlijker te verdelen. Om hiervoor te pleiten is wel vijf minuten politieke moed nodig. Misschien kan de premier een voorbeeld nemen aan de Amerikaanse president Barack Obama en de Canadese premier Justin Trudeau, die de moed hadden om de Amerikanen en Canadezen te inspireren tot solidariteit met vluchtelingen. Trudeau houdt er zelfs een enorme populariteit aan over, een indicatie dat vele kiezers hunkeren naar dat andere verhaal.

De vluchtelingenstroom wekte ook bij de Europeanen solidariteit op na Angela Merkel’s “wir schaffen das”. De Refugees Welcome-beweging leidde tot de grootste golf van burgeractivisme sinds de Tweede Wereldoorlog, maar doofde even snel weer uit omdat de meeste politici ervoor kozen om de nieuwe verbeeldingskracht van hun kiezers met angst de kop in te drukken. Een Europese politica die wel de moed had om een ander verhaal te brengen, werd terug gefloten.

Het gevolg was dat velen nu vijandig staan tegenover mensen die oorlog en geweld ontvluchten. En dat het nu heel moeilijk is geworden om te pleiten voor een noodzakelijke maatregel.

Twee: meer vluchtelingen helpen om in Turkije te kunnen blijven

Duurzame sociale integratie in Turkije is nodig omdat, inderdaad, niet alle vluchtelingen naar Europa kunnen en zelfs willen komen. Maar het is wachten op de eerste politicus die onomwonden zegt dat niet enkel humanitaire hulp en gesloten grenzen de Syriërs in Turkije zullen houden, maar dat Turkije dringend een volwaardig asielsysteem moet ontwikkelen. Zo zou aan vluchtelingen het statuut van het Vluchtelingenverdrag toegekend kunnen worden, met de daaraan verbonden rechten om te kunnen integreren in Turkije.

Hulp houdt afhankelijk, toegang tot rechten maakt onafhankelijk. Als onze Europese regeringen dat zouden inzien, zouden de Europese miljarden integraal geïnvesteerd worden in het organiseren van de toegang tot mensenrechten in Turkije. Dan zouden ze succes niet meer enkel afmeten aan de kwantitatieve afname van de vluchtelingenstroom naar Europa, maar aan de kwalitatieve toegang tot mensenrechten in Turkije. Hoeveel Syrische kinderen gaan naar school? Hoeveel werkvergunningen werden afgeleverd? Hoeveel zieke Syriërs krijgen toegang tot Turkse gezondheidszorg? Smokkelnetwerken zouden meteen in paniek slaan.

Het bewijs

Europeanen geloven graag dat wij de kracht van mensenrechten zijn in de wereld. Maar sinds de EU-Turkije deal gedraagt Turkije zich nu slechter tegen vluchtelingen dan ervoor. Arresteren, opsluiten en deporteren worden schering en inslag. Europa moedigt Turkije aan om zijn gedoogbeleid ten aanzien van Syrische vluchtelingen te veranderen, niet in een duurzaam integratiebeleid, maar in een repressiebeleid. Zelfs een deal van 3 miljard is in dat geval spek voor de bek is van smokkelnetwerken. Want smokkelaars weten dat vluchtelingen dan bereid zullen zijn tot het nemen van nog grotere risico’s om waardigheid te bereiken.

Het bewijs? De felle oktoberwind veranderde de zeestromen tussen Turkije en de Griekse eilanden in dodelijke passages en toch kwamen in oktober dubbel zoveel vluchtelingen als in zomermaand augustus. Nog een bewijs? De blik in de ogen van een moeder die haar kinderen op een rubberboot op een wilde zee gooit. Die blik zou voor ons voldoende moeten zijn om te beseffen dat je deze mensen niet tegenhoudt met meer grenzen en obstakels, maar met mensenrechten. Alleen zo kunnen we het aan. Alleen zo “schaffen wir das wirklich.”

Journalist Pieter Stockmans volgde Syrische gezinnen in hun pogingen om de oversteek van Turkije naar Griekenland te maken. Lees hierover deze reportage voor MO* Magazine.